Wij zijn proefkonijnen voor de voedselverrijking

Wij zijn proefkonijnen voor de voedselverrijking

Iedereen die bewerkt voedsel eet dat ‘verrijkt’ is door toevoeging van synthetische vitaminen en mineralen is een deelnemer aan een slecht uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek dat nooit formeel is erkend voor wat het is: een klinische proef zonder controles met miljoenen nietsvermoedende mensen als proefkonijnen. 

Kijk eens naar wat we weten over foliumzuur, waarvan onder mandaat van de Food and Drug Administration vanaf 1998 een synthetische versie wordt toegevoegd aan voedingsmiddelen waarin granen zijn verwerkt. Natuurlijk foliumzuur komt voor in spinazie, broccoli en andere donkergroene bladgroenten, werkt in het lichaam nauw samen met vitamine B12 om aminozuren te metaboliseren en proteïnen te synthetiseren en een gezonde werking van het zenuwstelsel, het immuunsysteem en de hersenen te bevorderen. 

In 2003 is er in het American Journal of Clinical Nutrition een onderzoek gepubliceerd, getiteld ‘Effect of food fortification on folic acid intake in the United States’, dat oorspronkelijk bedoeld was om te meten hoeveel foliumzuur de doorsnee-Amerikaan als gevolg van voedselverrijking binnenkrijgt. De auteurs, Eoin Quinlivan en Jesse F. Gregory III vatten hun bevindingen als volgt samen. ‘De gangbare inname van foliumzuur uit verrijkte voeding is meer dan twee keer zo hoog als oorspronkelijk voorspeld. De gevolgen van deze veel hogere mate van verrijking dienen nauwlettend te worden beoordeeld, met name wanneer wordt overwogen de niveaus van verrijking nog verder te verhogen.’ 

Daar hebben we het dus! Met de beste bedoelingen wordt een synthetische verbinding, een soort farmaceutisch medicijn eigenlijk, aan ons voedsel toegevoegd, met als gevolg dat mensen worden blootgesteld aan een niveau dat 

twee keer zo hoog is als werd verwacht of voorspeld, allemaal zonder rekening te houden met de gevolgen voor de volksgezondheid. Dit komt neer op een ongecontroleerd wetenschappelijk experiment waarin iedereen die geraffineerd meel of graan eet een proefkonijn is geworden. Eigenlijk zou er op ieder pak cornflakes of geraffineerd meel een waarschuwing moeten staan die wijst op 

 het risico van folaatvergiftiging! 

Een dergelijke waarschuwing op het etiket zou ook gepast zijn in geval van veel andere voedingsmiddelen die synthetische vitaminen bevatten; het gaat hier om duizenden artikelen. Hoe meer verrijkt voedsel iemand eet, hoe groter de kans op vergiftiging. 

Er komt een dag dat onderzoekers zullen moeten gaan meten welke synergetische effecten de tientallen extra synthetische  voedingsstoffen uit honderden bronnen hebben op het menselijk lichaam. 

Functioneel voedsel, een term uit de levensmiddelenindustrie waarmee ‘extra toevoegingen’ en ‘verrijking’ met synthetische voedingsstoffen wordt bedoeld, overheerst in de schappen van de supermarkten. Op sommige functionele voedselproducten wordt vermeld dat ze helpen tegen bijvoorbeeld hoge bloeddruk, terwijl bij andere wordt aangegeven dat ze problemen voorkomen, bijvoorbeeld ziekten die ontstaan door vitaminegebrek. Honderden zo niet duizenden bewerkte producten worden op deze manier aan de man gebracht, als alternatief voor het slikken van pillen. Maar wanneer je slecht voedsel verrijkt, heb je niet meer dan  ‘opgehemeld slecht voedsel’. 

Enkele autoriteiten op voedingsgebied erkennen dit probleem en uiten hun bezorgdheid door te stellen dat functioneel voedsel geen wondermiddel is voor een goede gezondheid en mogelijk meer kwaad doet dan goed. ‘Bij functioneel voedsel draait het om marketing, niet om gezondheid. Dit toevoegen geeft fabrikanten de mogelijkheid om voedsel met een dubieuze voedingswaarde te verkopen als gezond voedsel’, schrijft Marion Nestle, een professor in voeding aan de universiteit van New York in haar boek Food Politics. ‘Functioneel voedsel kan nooit het volledige scala aan voedingsstoffen en fytochemische bestanddelen vervangen dat aanwezig is in fruit, groenten en volle granen. Het probleem met een voedingswetenschap die iedere voedingsstof afzonderlijk bekijkt, is dat de voedingsstof uit de context van het voedingsmiddel, het voedingsmiddel uit de context van de voeding en de voeding uit de context van de levenswijze wordt gehaald.’ 

Synthetische vitaminen en mineralen kunnen op korte termijn tot op zekere hoogte een gunstige uitwerking hebben op onze gezondheid, met name in gevallen van ernstige en chronische tekorten zoals die kunnen voorkomen in ontwikkelingslanden. Maar na verloop van tijd zien we dat bij voortdurend gebruik van verschillende synthetische supplementen de positieve uitwerking ervan snel afneemt en het veelbelovende middel een averechtse uitwerking heeft. 

Neem bijvoorbeeld niacine. De bijna totale uitbanning van pellagra onder de bevolking van de Verenigde Staten is toegeschreven aan de toevoeging van synthetische niacine aan meel, brood en rijst. Synthetische toevoegingen ‘werken’ zolang ze effect lijken te hebben: wanneer het menselijk lichaam merkt dat er synthetische niacine binnenkomt, vult het het vitamine B-complex aan door de ontbrekende elementen te koppelen aan de synthetische niacine. Daarvoor worden de beschikbare lichamelijke bronnen aangesproken. Ons lichaam is heel intelligent en probeert de benodigde mineralen en ondersteunende vitaminen toe te voegen die nodig zijn om de niacine zijn rol te laten vervullen, maar het kan daarin slechts slagen door zijn eigen fysieke reserves van deze essentiële elementen aan te spreken. 

Hoewel verrijking van ons voedsel een ziekte voor een deel kan ‘behandelen’ of voorkomen, zoals ook veel medicijnen dat doen, vormt het geen goede oplossing. De voorraden essentiële voedingsstoffen van het lichaam worden niet aangevuld en ook het immuunsysteem wordt niet verbeterd, wat de voorwaarden zijn voor werkelijke genezing. Natuurlijke bronnen van niacine daarentegen, zoals gekiemde tarwe, die alle mineralen en andere hulpvoedingsstoffen bevatten, voorzien in een voedingssupplement dat de gezondheid ondersteunt en bevorderlijk is voor een lang leven. 

Als het verleden slechts een voorspel is, zoals men wel zegt, en we willen begrijpen hoe we in deze situatie terecht zijn gekomen, 

dan moeten we eerst kijken hoe het wijdverbreide experiment met ons voedsel en onze gezondheid is ontstaan. 

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw woonden veel kinderen in overbevolkte steden, waar weinig zonlicht was en waar ze commercieel gefabriceerd voedsel te eten kregen dat van essentiële voedingsstoffen was ontdaan. Men ontdekte dat toevoeging van synthetische vitamine D aan hun voeding voorkwam dat ze rachitis (Engelse ziekte) kregen. De regering besloot toen om aan alle melk die commercieel werd verkocht synthetische vitamine D toe te voegen. Het was een van de eerste keren dat van regeringswege synthetische toevoegingen werden gebruikt. Spoedig werd er jodium aan het zout toegevoegd, synthetische vitamine A en D aan margarine en synthetische vitamine B1, B2 en niacine aan meel en brood. 

Als voorbeeld volgt hier de beschrijving van een verrijkingstechniek, ‘Vitamin Fortification Technology’, van de hand van B. Borenstein, zoals gepubliceerd door de National Academy of Science. Hierin wordt op kenmerkende wijze beschreven hoe de toevoeging van synthetische voedingsstoffen plaatsvindt. ‘Gepofte volle granen en volle granen in vlokken dienen in een later stadium verrijkt te worden door bespuiten, poederen of injecteren. Voor warmte gevoelige vitaminen zoals thiamine worden op 

 geroosterde granen gespoten nadat ze uit de oven komen.’ 

Van oorsprong werd de term verrijking gebruikt als verwijzing naar de aanvulling van voedingsstoffen die door de voedselbewerking verloren waren gegaan. Later werd er ook de toevoeging mee aangeduid van voedingsstoffen die van nature niet in het voedsel voorkomen. De termen ‘toevoeging’ en ‘verrijking’ worden inmiddels door elkaar gebruikt. 

Voedselverrijking werd met de beste bedoelingen ingevoerd: ter voorkoming van tekorten aan voedingsstoffen in doorsneevoeding. Maar het werd ook ingegeven door een geloof in synthetische fabricage en de overtuiging dat wat in een laboratorium wordt gemaakt gelijkwaardig of zelfs superieur is aan wat de natuur biedt. Vervanging van natuurlijke voedingswaarde door synthetische voedingswaarde was voor chemici en voedselfabrikanten een aanvaardbare stap. Farmaceutische bedrijven die dergelijke voedingsstoffen maakten, vergrootten de verkoop van deze stoffen aan de voedselindustrie mede dankzij regeringsmaatregelen. 

Toen wittebrood werd geïntroduceerd, werd synthetische vitamine B aan het deegmengsel toegevoegd ter compensatie van de tarwekiemen en andere vitamine- en mineralenrijke componenten die uit het meel waren verwijderd. Dit was gunstig voor de bedrijven, want het verlaagde de kosten van de commerciële productie en verhoogde de winst op voedselproducten als gevolg van de langere houdbaarheid die daardoor ontstond. Maar het was slecht voor de gezondheid van de consument. Als gevolg hiervan lijdt een groot deel van de bevolking van de ontwikkelde landen nu aan overgewicht, neemt het aantal ziekten snel toe en rijzen de 

 ziektekosten de pan uit. 

Het gebruik van wittebrood, witte suiker, geraffineerd meel, geraffineerde suiker en andere geraffineerde en bewerkte voedingsmiddelen, dat een aanvang nam in het begin van de twintigste eeuw, kondigde het gebruik aan van voedsel en 

 voedselingrediënten die van hun voedingswaarde zijn beroofd, met rampzalige gevolgen. 

Het zogenaamde verrijkingproces dat door de voedingsindustrie werd geïntroduceerd als ‘remedie’ verarmt ons voedsel nog meer vanwege de toevoeging van synthetische voedingsstoffen en anorganische en niet-biologische stoffen, waarmee mineralen van nietplantaardige oorsprong worden bedoeld, zoals steensoorten, zand, kalk en schelpen. Wanneer de termen anorganisch of nietorganisch worden gebruikt voor substanties van minerale 

oorsprong (in tegenstelling tot plantaardige of dierlijke oorsprong), dan verwijzen ze naar substanties die nooit ‘levend’ zijn geweest of gedurende duizenden of zelfs miljoenen jaren niets te maken hebben gehad met levend materiaal. 

Ruwe aardolie die gebruikt wordt voor petrochemische producten is afkomstig van oeroude, eencellige diertjes genaamd diatomeeën, die ooit geleefd hebben, maar al eeuwenlang dood zijn. Een steensoort als kalksteen is dikwijls afkomstig van de skeletten van voorheen levende schaaldieren of van andere dierlijke oorsprong, zoals koraal of oesterschelpen, die al miljoenen jaren dood en gedenatureerd zijn. Hoewel al deze materialen minerale vormen hebben, beschouwen wij ze als van iedere voedingsstof ontdaan en mogelijk zelfs schadelijk; mensen zijn niet gemaakt om steen te nuttigen en te verteren. De mens verkrijgt calcium en andere mineralen (en ook vitaminen) normaal gesproken uit plantaardig voedsel, dat hij van nature kan verteren. 

Omdat de bedoeling van dit artikel is inzicht te geven in de werkelijke voedingswaarde van voedsel en supplementen, inclusief supplementen afkomstig uit volwaardige voedselbronnen, is het nodig het verschil toe te lichten tussen organisch, niet-organisch en anorganisch, zoals deze begrippen opgevat en gehanteerd worden door de farmaceutische industrie. De verschillen in betekenis kunnen aanzienlijk zijn en tot grote verwarring leiden als het gaat om de voedings- en gezondheidswaarde van een ingrediënt. 

Wanneer je voldoende inzicht hebt in deze materie, ben je in een positie om een juist en relevant oordeel te vormen over  voedingssupplementen. 

We zullen beginnen met de term organisch. Binnen de scheikunde bestaat een tak die de ‘organische scheikunde’ wordt genoemd. Wetenschappers op dit terrein gebruiken het woord organisch als ze het hebben over een molecule of een verbinding dat een ‘hexaanring’ bevat, een specifieke ordening van koolstof- en waterstofatomen. Deze ‘organische’ verbindingen kunnen geen enkele voedingswaarde hebben en worden in sommige gevallen als dodelijk beschouwd. Een voorbeeld hiervan is benzine. Benzine en andere aardoliederivaten worden volgens de principes van de organische scheikunde ‘organisch’ genoemd vanwege hun moleculaire structuur, maar ze vormen duidelijk geen voedingsbron en zijn niet geschikt voor consumptie. 

Het probleem ontstaat wanneer chemici uit de farmaceutische industrie (een bedrijfstak die dezelfde definitie van organisch hanteert als de scheikunde en meer dan 95 procent van alle voedingssupplementen produceert die op de markt zijn) ervan uitgaan dat ingrediënten veilig zijn voor menselijke consumptie omdat ze volgens hun definitie ‘organisch’ zijn (d.w.z. een hexaanring bevatten). Hexaan, koolteer en andere giftige stoffen worden tegenwoordig op grote schaal gebruikt voor de productie van synthetische voedingssupplementen, maar ze worden door fabrikanten van natuurlijke voeding en natuurlijke supplementen als giftig beschouwd. De veiligheid van deze materialen wordt nauwelijks in twijfel getrokken of getest, omdat de farmaceutische industrie ze als veilig beschouwt – deze bedrijfstak is almachtig, heeft buitengewoon veel invloed en heeft intieme en politieke banden met instanties die de veiligheid van hun producten moet controleren. Over de hele wereld krijgen miljoenen mensen deze stoffen helaas binnen, terwijl ze zich absoluut niet bewust zijn van de schadelijkheid ervan en evenmin van het destructieve politieke klimaat dat deze praktijken toestaat en het gebruik van deze stoffen sanctioneert. 

Op het gebied van de voedingswetenschap (dat ook volwaardige voedingssupplementen omvat) hebben de termen organisch en  niet-organisch een heel andere betekenis. 

De term organisch zoals die in het algemeen en in de natuurlijke voedingsindustrie gebruikt wordt, heeft twee betekenissen die beide belangrijk zijn, omdat ze verband houden met de gezondheid. In het algemeen verwijst organisch naar stoffen die afkomstig zijn van levende of tot voor kort nog levende organismen zoals planten en dieren. Volgens deze definitie wordt het onbewerkte voedsel dat wij consumeren (in zijn algemeenheid) als organisch beschouwd. Het is van belang hier op te merken dat, op basis van ruim vijftig jaar ervaring in het helpen van mensen om ernstige en levensbedreigende ziekten te keren, op het Hippocrates Health Center alleen voedsel en voedingssupplementen van plantaardige oorsprong beschouwd worden als voor onze voeding relevant en effectief. Hippocrates heeft hierover uitgebreid gepubliceerd. 

De term biologisch verwijst ook naar de manieren waarop voedsel of plantenextracten gekweekt en verwerkt worden. Organisch c.q. biologisch voedsel is voedsel dat verbouwd en verwerkt is zonder gebruik van conventionele pesticiden, kunstmest (verkregen uit synthetische ingrediënten of rioolslib), biotechnologie of ioniserende straling. In de biologische landbouw speelt bovendien de bodemkwaliteit een grote rol; een goede bodem levert veel rijkere voedingsgewassen en plan-tenextracten op. 

Niet-organisch of niet-biologisch voedsel daarentegen is een plant (of een plantaardig ingrediënt) die geteeld is met gebruikmaking van conventionele landbouwtechnieken, waarbij gebruik wordt gemaakt van pesticiden, herbiciden, fungiciden en andere schadelijke chemicaliën. Niet-biologisch voedsel en niet- biologische plantenextracten missen om twee belangrijke redenen hun voedingswaarde. Ten eerste is de bodem waarop ze geteeld worden als gevolg van conventionele landbouwmethoden (die het gebruik betekenen van synthetische kunstmest en chemicaliën) uitgeput en ontdaan van mineralen en voedingsstoffen. Ten tweede moeten de toxische chemicaliën die in en op nietbiologisch voedsel aanwezig zijn door het lichaam worden geïsoleerd en afgevoerd, wat betekent dat deze chemische stoffen tijdens dit afvoerproces schade toebrengen aan gezonde cellen en weefsels, schade die op termijn tot ziekten kan leiden. 

De term niet- organisch kan door de voedselindustrie ook gebruikt worden ter aanduiding van een substantie die niet recent van een levend organisme (plant of dier) afkomstig is. In deze zin zouden mineralen afkomstig van steen en aardolieproducten door voedselwetenschappers als niet-organisch worden beschouwd. Ze hebben geen voedingswaarde en zijn zelfs schadelijk voor het menselijk lichaam, in vergelijking met organisch materiaal, zoals een kortgeleden geoogste groente of plantenextract. In dit artikel zullen we de termen anorganisch en niet-organisch door elkaar gebruiken, ter aanduiding van materialen of substanties die dood zijn en niet recentelijk afkomstig zijn van een levend organisme. 

Laten we ook duidelijkheid scheppen over wat we bedoelen met een ‘organisch mineraal’. Zoals je je herinnert, hebben we anorganische of niet-organische mineralen gedefinieerd als afkomstig van niet-plant-aardige bronnen zoals steen, zand, kalk en eierschalen. In dit artikel zullen we de term ‘organisch mineraal’ gebruiken om een mineraal aan te duiden dat afkomstig is van een levende of recent levende plantaardige of voedselbron, ongeacht de landbouwmethode. Mineralen zijn net als vitaminen aanwezig in alle voedsel en in op volwaardige voedingssubstanties gebaseerde supplementen. Deze mineralen zijn doorgaans afkomstig van bodems waarin voedingsgewassen worden geteeld. In het algemeen geldt dat gewassen die biologisch geteeld worden aanzienlijk grotere hoeveelheden mineralen bevatten dan die welke van conventionele landbouwbedrijven afkomstig zijn. 

Samenvattend, wanneer het op voeding aankomt, worden anorganische c.q. niet-organische, niet van voedselbronnen afkomstige ingrediënten, inclusief synthetische vitaminen en niet-organische mineralen, door het lichaam niet herkend als voedingstoffen, ook al hebben ze ooit, in hun oorspronkelijke vorm van miljoenen jaren geleden, ‘leven’ bevat. Er is feitelijk en overweldigend bewijs dat het toevoegen van synthetische, niet-organische mineralen of toxische ingrediënten voor de gezondheid van het menselijk lichaam slechter is dan helemaal niets toevoegen. 

Consument, wees gewaarschuwd! Controleer zorgvuldig de etiketten van de producten die je koopt, om te bepalen of de vitaminen en mineralen die je in de vorm van supplementen gebruikt afkomstig zijn van voedselbronnen. Om gezond te blijven, heeft het menselijk lichaam echt, levend en bij voorkeur biologisch geteeld voedsel en volwaardige supplementen nodig. 

Zoals ik al zei, hebben wij in de afgelopen decennia op Hippocrates steeds opnieuw de schadelijke gevolgen van synthetische supplementen waargenomen. Bij iedereen die onechte voedingsstoffen binnenkrijgt, zo hebben wij door microscopisch onderzoek ontdekt, is sprake van een algehele verzwakking van een gezonde activiteit en ontwikkeling van lichaamscellen. Deze langzame maar zekere vergiftiging verzwakt het immuunsysteem en holt uiteindelijk de mentale functies en de werking van het zenuwstelsel uit, met als gevolg een algehele vermindering van het welzijn van het individu en een voortdurende, ernstige beschadiging van lichaamscellen in alle zachte en harde lichaamsweefsels. 

Een andere reden voor de verrijking van ons voedsel is de alarmerende verarming van de landbouwgrond geweest. In navolging van de Duitse landbouwmethode van de chemicus Justus von Liebig in het midden van de jaren tachtig van de achttiende eeuw, ontdekten Amerikaanse boeren (aanzienlijk later) dat door het gebruik van NPK (stikstof, fosfor en kalium) de oogst er voor de consument beter uitziet, omdat de kleuren helderder zijn. Zolang er NPK wordt toegevoegd aan de bodem, kan er jaar na jaar geteeld worden op dezelfde grond. Maar het uiterlijk van groenten kan misleidend zijn, want spoorelementen die van essentieel belang zijn voor onze voeding zijn uit deze gronden en de oogsten die erop geproduceerd worden zo goed als verdwenen. 

Mineralen als zink, koper en magnesium zijn noodzakelijke cofactoren van de werking van vitaminen en maken die werking mogelijk. Een uitgeputte bovenlaag is één reden voor het tekort aan vitaminen en mineralen in onze huidige oogsten, vergeleken met de oogsten die met de oorspronkelijke kwaliteit van onze bodem mogelijk zouden zijn. De ontelbare hoeveelheden giftige herbiciden en pesticiden die jarenlang op gewassen zijn gebruikt, hebben onze bodem beslist geen goed gedaan. 

Werkelijk vitaal voedsel is afkomstig van een gezonde bodem, rijk aan mineralen én bodemorganismen. Gezonde gewassen zijn van nature bestand tegen insecten en slecht weer. Wanneer gewassen een gezond immuunsysteem hebben, werkt hun natuurlijke afweer tegen insecten en ziekten efficiënter, precies zoals een mens met een sterk en gezond immuunsysteem minder kans loopt om 

 ziek te worden. 

Wij moeten wereldwijd authentieke organische en biodynamische landbouwmethoden bevorderen. De bodem moet door aanzienlijke toevoeging van organisch materiaal weer aan gezonde maatstaven gaan voldoen. Wanneer dat is bereikt, zal het voedsel dat van deze bodem afkomstig is weer het volledige spectrum aan voedingsstoffen bevatten dat ons lichaam nodig heeft. 

Iedere cel, ook de afweercellen, kan dan weer op de juiste manier functioneren en zorgen voor gezonde lichaamsfuncties en een  goed werkend immuunsysteem. 

Natuurlijke voedingssupplementen moeten gemaakt worden uit voedselrijke bronnen die voldoende vitaminen, mineralen en spoorelementen bevatten. De voedingswaarde van de inhoud van een flesje hangt ongetwijfeld af van de vraag of de oorspronkelijke bronnen volledig, bioactief (levend) en organisch zijn. Van even groot belang voor de kwaliteit van een supplement is hoe het geproduceerd, getransporteerd, opgeslagen en bewaard wordt. Gedroogde bronnen van voedingssupplementen zijn in orde, mits ze niet verwarmd zijn tot meer dan 42 graden Celsius en de dehydratie niet heeft plaatsgevonden met behulp van chemische stoffen of synthetische substanties. De beste gedroogde bronnen zijn gemaakt met behulp van vacuümdroging bij lage temperatuur, niet door spuitdrogen bij hoge temperaturen, dat de natuurlijke enzymen kan vernietigen en de stabiliteit van delicate voedingssupplementen, zoals de antioxidanten vitamine E en A, kan aantasten. 

Wie wil er nu verarmd voedsel? Niemand, natuurlijk. Toch zul je verbaasd staan van de redenen waarom veel van ons voedsel  geraffineerd wordt en ontdaan wordt van zijn voedingswaarde. 

Moderne commerciële voedselproducenten zijn obsessief bezig met een lange houdbaarheid en gemakkelijke manieren om hun producten te verwerken, te transporteren en op te slaan. Een lange houdbaarheid scheelt fabrikanten tijd en geld, maar de 

 consequentie is dat ons voedsel aan voedingswaarde verliest. 

De verarming van voedsel en ingrediënten door het gebruik van hoge temperaturen is het gevolg van de verwijdering van bestanddelen die oxideren (bederven). Dit gebeurt met de bedoeling voedsel te produceren dat jaren goed blijft in plaats van weken. Vers volwaardig volkorenbrood waaruit de tarwekiemen verwijderd zijn, is bijvoorbeeld veel langer houdbaar. Dat komt doordat de tarwekiem sneller oxideert dan de zuivere witte koolhydraten, die geen vitaminecomplexen bevatten. Het op grote schaal verhitten levert ook acrylamiden op, waarvan bekend is dat ze kankerverwekkend zijn. 

Hoewel er natuurlijke conserveringsmiddelen en andere verpakkingsmethoden gebruikt zouden kunnen worden om de houdbaarheid van tarwebrood te verlengen, is het eenvoudiger en goedkoper om de essentiële voedingsstoffen eruit te halen. Na deze bewerking is het overgebleven gebleekte en/of verarmde wittebrood maanden of zelfs jaren houdbaar in plaats van dagen of 

 weken. 

Om de zaak nog erger te maken: door de doorstraling van voedsel die voor veel van onze voedselproducten in opkomst is, blijft er bijna niets van de voedingswaarde over. Kruiden en specerijen worden al tientallen jaren aan deze behandeling blootgesteld. Dit alles heeft de winsten van de voedselverwerkers enorm doen toenemen, maar het is desastreus voor de gezondheid van de 

 consument. 

Hetzelfde trieste verhaal over verarming van tarwemeel kan verteld worden over tientallen andere voedselsoorten en ingrediënten, zoals andere geraffineerde granen (bijvoorbeeld maïsmeel) en andere natuurlijke voedselproducten. Een mogelijke oplossing voor dit probleem zou het stopzetten kunnen zijn van het verrijken van voedsel en voedselingrediënten met synthetische vitaminen en nietorganische substanties, en het stoppen met de aantasting van ons voedsel door niet langer de van nature voorkomende factoren eruit te verwijderen. Dat zou getuigen van gezond verstand – hoewel niet noodzakelijkerwijs van zakelijk inzicht. 

De opmerkingen die gemaakt zijn in een uitgave uit 1940 van The Journal of the American Medical Association getuigen van het feit dat men toen al op de hoogte was van de gevaren van gedenatureerd voedsel. ‘Zolang we niet alle factoren die door raffinage verloren gaan kennen en niet de zekerheid hebben dat in elk van de andere in voldoende mate wordt voorzien door andere voedselbronnen, is de logische oplossing van het probleem het herstel van het graanembryo [de graankiem] in de voeding.’ (Waisman en Elvehjem, ‘Multiple Deficiencies’, http://jn.nutrition.org/cgi/reprint/20/6/519.pdf) 

Een ander artikel in een medisch tijdschrift uit dezelfde periode, eveneens van Waisman en Elvehjem, dit keer uit The Journal of the American Dietetic Association, stelt: ‘Ik ben goed op de hoogte van de moeilijkheden die ontstaan bij de verrijking van voedsel met synthetische vitaminen […]. Om dezelfde reden dienen synthetische vitaminen met voorzichtigheid te worden gebruikt, omdat de gebreken die daardoor ontstaan ernstiger zijn dan de tekorten die we willen opheffen.’ Met andere woorden, biochemicus Conrad 

Elvehjem vertelt ons dat synthetische vitaminen niet helpen tegen vitaminegebrek en in feite meer gezondheidsproblemen  veroorzaken! 

In 1941 was bij medische instituten en voedingsdeskundigen ook al bekend dat gedenatureerd voedsel, zoals witmeel waaraan geïsoleerde vitaminen worden toegevoegd, schadelijk is voor de gezondheid. Hier volgt nog een 

bijdrage uit The Journal of the American Medical Association. ‘De Nutrition Committee van de National Health and Medical Research Council heeft het voorstel diepgaand bestudeerd, maar geconcludeerd dat de toevoeging van alleen synthetische vitamine B1 aan witmeel uitgaat van een verkeerd principe.’ (‘Proposed Fortification of White Flour with Synthetic Thiamine’, van onze verslaggever; 

Ondanks deze bevindingen is de promotie van geïsoleerde, kristallijne synthetische vitaminen tegenwoordig zo algemeen geaccepteerd, dat de meeste voedingsdeskundigen en artsen zich er niet bewust van zijn dat in deze verdachte producten een essentiële ‘levenskracht’ ontbreekt. Tegelijkertijd strijden de vitaminefabrikanten met elkaar om de gunst van de consument. Ze doen dat met identieke producten, omdat ze hun synthetische grondstoffen van dezelfde bedrijven betrekken. Om ervoor te zorgen dat hun product zich onderscheidt, schermen fabrikanten dikwijls met de term ‘hooggedoseerd’. Maar wat betekent dat eigenlijk? Hoe hoger de dosering, hoe groter het medicijnachtige effect op ons lichaam, met als resultaat dat we in nog grotere mate proefkonijnen worden in dit ongecontroleerde maar winstgevende publieke experiment.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *