Vitamine E

Vitamine E

In 1922 ontdekten onderzoekers Herbert Evans en Katherine Bishop van de universiteit van Californië in groene bladgroenten vitamine E. Experimenten die dat jaar werden uitgevoerd, toonden aan dat ratten die opgefokt waren met louter volle melk wel normaal groeiden, maar steriel waren en zich niet konden voortplanten. Evans en Bishop lieten zien dat de ontbrekende factor vitamine E was, een antioxidant die in bepaalde soorten voedsel in grote hoeveelheden voorkomt, met name in groene groenten en tarwegras. Natuurlijke vormen van vitamine E (complex) verliezen tot wel 99 procent van hun vermogen als ze van hun natuurlijke synergisten (van nature voorkomende matrixfactoren) gescheiden worden. 

Synthetische vitamine E is niet de echte vitamine E. 

Vitamine E is in vet oplosbaar en komt voor in acht verschillende natuurlijke vormen: vier tocoferolen (alpha, bèta, gamma en delta) en vier tocotriënolen (eveneens alpha, bèta, gamma en delta). Al deze vormen hebben hun eigen biologische functie. Alpha- tocoferol is de vorm die primair door het lichaam herkend wordt als vitamine E en in grote hoeveelheden in bloed en lichaamsweefsel wordt aangetroffen. Omdat alpha-tocoferol als nutriënt een belangrijke activiteit lijkt te hebben, is dit het onderdeel dat doorgaans als 

 vitamine E wordt beschouwd. 

Alpha-tocoferol is een krachtige biologische antioxidant en beschermt onze cellen tegen de inwerking van vrije radicalen, de schadelijke bijproducten van de spijsvertering. Vrije radicalen geven aanleiding tot beschadiging van cellen, wat dikwijls bijdraagt tot 

 het ontstaan van hart- en vaatziekten, kanker en vroegtijdige veroudering. 

Van vitamine E (tocoferol) komt de dextrovorm voor in noten, zaden, granen, peulvruchten en groenten; dit is de vorm die voor het lichaam heel bruikbaar is en die een hoge biologische activiteit heeft. Synthetische vitamine E, die we aantreffen in de levovorm van tocoferol (aangeduid als dl-tocoferol), is dikwijls van petrochemische afkomst en voor het lichaam onbruikbaar, en moet door het lichaam geëlimineerd worden. Het is een synthetische fractie, afgescheiden van de andere onderdelen en daarom geen authentieke vitamine E. Zoals het geval is bij alle natuurlijke vitaminen, is vitamine E een complex van natuurlijke tocoferolen en andere van nature voorkomende factoren en cofactoren, die in geïsoleerde vorm niet goed werkzaam zijn. 

Vetten vormen een integraal onderdeel van de celmembraan en zijn kwetsbaar voor oxidatie door vrije radicalen. In vet oplosbaar alpha-tocoferol helpt bij het onderscheppen van vrije radicalen en voorkomt zo een kettingreactie van afbraak van vetten. Naast het in stand houden van een juiste werking van de celmembranen in het hele lichaam, is van alpha-tocoferol bekend dat het de vetten in lipoproteïnen met lage dichtheid (LDL) tegen oxidatie beschermt. Lipoproteïnen zijn deeltjes die bestaan uit lipiden (vetten) en proteïnen (eiwit) en zijn in staat vetten onaangetast via het bloed te transporteren. LDL transporteert gezond cholesterol van de lever naar de lichaamsweefsels. Geoxideerde LDL is medeverantwoordelijk voor het ontstaan van hart- en vaatziekten. Van synthetische alpha-tocoferol is bekend dat het de activiteit van proteïnekinase C belemmert, een belangrijke waarschuwingsmolecule in de cel, en tevens dat het de werking en activiteit van immuuncellen en ontstekingscellen aantast. 

Gebrek aan vitamine E wordt in verband gebracht met ernstige ondervoeding, met genetische gebreken die de overdrachtsproteïne van alpha -tocoferol aantasten en met problemen met de vetopname. Kinderen met taaislijmziekte of cholestatische leverziekten, die een aangetast vermogen tot het opnemen van voedingsvetten hebben en daarmee van in vet opgeloste vitaminen, kunnen een symptomatisch vitamine E-gebrek ontwikkelen. Ernstig vitamine E- gebrek geeft voornamelijk neurologische symptomen, zoals een aangetast evenwicht en een slechte coördinatie, en spierzwakte. Een zich ontwikkelend zenuwstelsel lijkt met name kwetsbaar te zijn voor vitamine E -gebrek en als er voor kinderen die geboren zijn met een ernstig vitamine E-tekort geen behandeling volgt met volwaardige vitamine E, kunnen er al snel neurologische symptomen ontstaan. Individuen die daarentegen in de volwassen leeftijd een slechte opname van vitamine E ontwikkelen, krijgen dikwijls pas na tien of twintig jaar neurologische symptomen. 

Onderzoekers hebben erop gewezen dat de oxidatieve modificatie van LDL-cholesterol (ook wel ‘slecht cholesterol’ genoemd) bevorderlijk is voor het ontstaan van blokkades in de hartvaten, wat kan leiden tot atherosclerose en hartaanvallen. Vitamine E kan de ontwikkeling van hartkwalen voorkomen of vertragen door de oxidatie van LDL- cholesterol te beperken. Vitamine E kan ook de vorming van bloedproppen helpen verminderen, die kunnen leiden tot hartaanvallen en hersenbloedingen. 

Observatiestudies hebben verband gelegd tussen een laag percentage hartaanvallen en een hoge inname van vitamine E. Een onderzoek onder ongeveer 90.000 verpleegsters wees uit dat er 30 tot 40 procent minder hartaanvallen voorkwamen onder degenen die via hun voeding veel vitamine E binnenkregen. Deze groep kreeg uit voeding en natuurlijke supplementen tussen de 21,6 en 1000 IE (32 tot 1500 mg) vitamine E binnen, met een gemiddelde van 208 IE (312 mg). 

Synthetische alpha- tocoferol verschilt aanzienlijk van natuurlijke alpha-tocoferol. Kunstmatig samengestelde alpha-tocoferol is een combinatie van acht verschillende isomeren, terwijl natuurlijke alpha-tocoferol alleen wordt aangetroffen als één isomeer (RRR- of d – alpha-tocoferol). Synthetische vitamine E bestaat voor ongeveer een achtste uit RRR- of d-alpha -tocoferol. Het lichaam neemt natuurlijke alpha- tocoferol (RRR of d) het beste op. De synthetische vorm (ook wel allrac- of dl -alpha-tocoferol genoemd) heeft acht isomeren, terwijl het lichaam er maar één gemakkelijk kan opnemen. Vandaar dat synthetische alpha-tocoferol veel minder goed opneembaar is dan RRR-alpha-tocoferol. 

Onderzoek uitgevoerd door de National Research Council of Canada, een van regeringswege gesponsorde organisatie, heeft aangetoond dat de natuurlijke vorm van vitamine E bij mensen twee keer zo goed opneembaar (en verteerbaar) is als de synthetische vorm (in Burton G.W., M.G. Traber, R.V. Acuff et al., ‘Human plasma and tissue a-tocopherol concentrations in response to supplementation with deuterated natural and synthetic vitamin E’, American Journal of Clinical Nutrition 67: 669-684 

[1998]; en Acuff, R.V., R.G. Dunsworth, L.W. Webb et al., ‘Transport of deuterium-labeled tocopherols during pregnancy’, American Journal of Clinical Nutrition 67: 459-464 [1998]). 

Vitamine E komt voor in tarwegras, maïs, noten, zaden, olijven, spinazie, asperge, groene bladgroenten, onverhitte plantaardige olie en alle groene kiemen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *