Synthetische vitamine A en toxiciteit

Synthetische vitamine A en toxiciteit

Vitamine A werd in 1919 ontdekt en in 1924 was men zover dat het van de natuurlijke voedingscomplexen gescheiden en ‘gezuiverd’ kon worden. In 1931 slaagde een groot farmaceutisch bedrijf erin vitamine A te ‘synthetiseren’, wat wil zeggen dat het bedrijf een zuiver chemische kopie had gecreëerd van een fractie van de in de natuur voorkomende vitamine A. In de natuur voorkomende vitamine A werkt samen met een hele groep van andere componenten, waaronder: 

 ο retinolen 

ο retinoïden ο retinal ο carotenoïden ο carotenen ο vetzuren ο vitamine C ο vitamine E ο vitamine B ο vitamine D ο enzymen ο mineralen ο hormonen  ο zuurstof 

Geïsoleerd van deze factoren is synthetische vitamine A niet meer dan een klein onderdeel van wat deze 

voedingsstof in werkelijkheid is en heeft zij nauwelijks een biologische functie. Ingenomen als synthetisch supplement moet ‘vitamine A’ de genoemde componenten, die in het lichaam aanwezig zijn, gebruiken om zichzelf te completeren. De in de natuur voorkomende vitamine A-matrix is daarentegen al compleet en kan zijn taken daarom direct uitvoeren. 

Sommige synthetische vitamine A bestaat uit niets anders dan retinol of retinolzuur. De goed gedocumenteerde mogelijke toxische werking van megadoses vitamine A houdt doorgaans verband met een van deze stoffen. Vitamine A-vergiftiging, ook wel ‘hypervitaminose A’ genoemd, is altijd het gevolg van een overmaat aan synthetische, ‘gezuiverde’ vitamine A en nooit van  natuurlijke vitamine A. 

Dus hoewel synthetische vitamine A in sommige gevallen een heilzame werking kan nabootsen, is het effect ervan op de  gezondheid in het algemeen negatief. Gevolgen van vitamine A-vergiftiging kunnen zijn: 

 ο toegenomen tumoractiviteit 

ο gewrichtsaandoeningen ο osteoporose 

ο extreem droge ogen, mond en huid ο een vergrote lever en milt ο onderdrukking van het immuunsysteem 

 ο aangeboren afwijkingen 

Vitamine A komt van nature voor in hennepolie, alle groene kiemen, avocado, blauwgroene en groene algen en zeegroenten. Plantaardige bronnen van de vitamine A- precursor bètacaroteen zijn de beste keus. Bètacaroteen komt voor in peen, pompoen, bataat (zoete aardappel), winterkalebas, cantaloupe, rode grapefruit, abrikozen en spinazie. Zoals gezegd, hoe intenser de kleur, hoe 

 hoger het bètacaroteengehalte. 

Aan de hand van de resultaten van twee Amerikaanse nationale onderzoeken, de derde National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES III, 1988- 1991) en de Continuing Survey of Food Intakes by Individuals (CSFII 1994), is aangetoond dat wat men met de voeding binnenkrijgt dikwijls niet de aanbevolen hoeveelheid vitamine A haalt. Het is interessant dat er geen Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid is voor bètacaroteen of andere vitamine A-carotenoïden. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *