Pioniers op het gebied van natuurlijke vitaminen

Pioniers op het gebied van natuurlijke vitaminen

Hieronder komen enkele pioniers op het gebied van natuurlijke vitaminen aan bod die het concept van echte vitaminen en echte voedingswaarde hebben gesteund en die het gebruik van synthetische vitaminen verworpen hebben. Velen zijn vergeten of genegeerd, ook al hebben ze een opmerkelijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van voedsel en voedingssupplementen van 

 betere kwaliteit. 

Dr. Royal Lee, geboren op 7 april 1885, was een invloedrijke figuur op het terrein van de voedingswetenschap. In 1930 propageerde hij het gebruik van natuurlijke vitaminen en daagde hij de grote fabrikanten en verspreiders van synthetische vitaminen uit. Hij zette met succes een bedrijf voor volwaardige voedingssupplementen op dat zijn producten verspreidde onder natuurartsen die de kennis hadden om de voordelen daarvan aan hun patiënten uit te leggen. Een van zijn vele wijze opmerkingen was dat ‘supplementen alleen en van zichzelf nooit een vervanging kunnen zijn van gezonde voeding; ze zijn slechts een middel om de waarde van de voeding te verhogen en ziekten te voorkomen.’ 

Als student aan Marquette University lag zijn grootste belangstelling bij voeding. Tijdens zijn laatste jaar presenteerde hij aan zijn jaargenoten een verhandeling over de systemische oorzaken van tandbederf, die hij op zijn zestiende had geschreven. Hij schetste het verband tussen vitaminetekort en tandbederf en toonde aan dat vitaminen in voeding noodzakelijk zijn voor een gezonde endocriene klierfunctie. Zijn onderzoek naar bronnen van natuurlijke vitaminen leidde tot de ontwikkeling van een multivitaminenconcentraat dat afkomstig was van plantaardige bronnen, onder andere ontvette tarwe(kiemen), peen, gedroogd alfalfasap, havermeel en rijstzemelen. In 1929 richtte hij de Vitamin Products Company op. 

Dr. Lee groeide op een boerderij op, in de buurt van Edmund, in het zuidwesten van Wisconsin. Op zijn twaalfde schreef hij een aantekenschrift vol met definities op het gebied van biochemie en voeding, die hij uit het schoolwoordenboek haalde. Hij begon ook boeken te verzamelen over deze onderwerpen. Zijn kiene belangstelling voor deze zaken nam met de jaren nooit af, wat resulteerde in een van de grootste particuliere collecties ter wereld. Toen hij nog op de middelbare school zat, gaf hij aan een klas van vijftien leerlingen les in hogere fysica. Na zijn afstuderen hield hij zich met verschillende zaken bezig, totdat hij werd opgeroepen voor het leger. Hij vocht mee in de Eerste Wereldoorlog. Na afloop van de oorlog en zijn ontslag uit het leger in 1919 schreef hij zich in aan Marquette University in Milwaukee, waar hij afstudeerde in tandheelkunde. 

In het begin van de jaren twintig kregen de westerse landen te maken met een nieuwe bedreiging voor de gezondheid: hart- en vaatziekten. Dr. Lee wist dat vitaminen en andere voedingsstoffen als gevolg van machinale bewerkingen uit meel en rijst verdwenen waren. Hij geloofde dat de toename van het aantal hartkwalen daarmee verband hield. Juist in die periode slaagden wetenschappers er voor het eerst in vitaminen te isoleren en er gestandaardiseerde medicijnen van te maken. Het resultaat was dat de voedselfabrikanten de gezonde componenten van het graan verwijderden en hun product vervolgens ‘verrijkten’ door er synthetische, niet-levende vitaminen aan toe te voegen. Het leverde een beslist inferieur product op, maar het publiek geloofde dat het echte voeding kreeg en kocht het verrijkte product. 

Dr. Lee wees in advertenties in kranten dikwijls op deze oplichterij. Het gevolg was dat hij heel veel tijd doorbracht in de rechtszaal, strijdend met de Food and Drug Administration. De FDA gebruikte haar macht en onuitputtelijke financiële bronnen (de belastingbetaler) om dr. Lee af te schilderen als een misdadiger, alleen omdat hij volwaardig en natuurlijk voedsel propageerde waarin vitaminen en mineralen niet zijn aangetast. Aan de volgende opmerkingen van dr. Lee uit 1933 is te zien hoezeer hij zijn tijd 

 vooruit was. 

Snoep, witte suiker en alle producten waarin witte suiker is verwerkt, witmeel en alle ervan afgeleide producten zoals macaroni, spaghetti, crackers en dergelijke horen absoluut niet thuis in de voeding van een kind. Deze voedselsoorten geven energie, maar ze bevatten geen bouwstoffen voor het lichaam. De consequenties van het gebruik ervan zijn vatbaarheid voor infecties, vergrote amandelen, een slecht gebit, een onhandelbaar karakter, groeibelemmeringen, rachitis, een gebrekkige ontwikkeling en heel dikwijls een blijvende beschadiging van organen (met name de endocriene klieren), die voor hun normale functie en ontwikkeling afhankelijk zijn van de aanvoer van vitaminen. 

In 1941 richtte dr. Lee de Lee Foundation for Nutritional Research op, een legale non-profitorganisatie die als doel had de doorbraken die in laboratoria overal ter wereld op voedingsgebied plaatsvinden bekendheid te geven. De stichting was voor artsen, boeren en huismoeders de grootste uitwisselplaats van informatie over voeding. Gedurende haar bestaan heeft de Lee Foundation miljoenen stukjes informatie en honderdduizenden boeken over gezondheid en voeding verspreid. Na de dood van Lee in 1967 werd de stichting opgeheven, maar zijn geschreven werk wordt tegenwoordig bewaard en beschikbaar gesteld door The International Foundation for Nutrition and Health. 

Dr. Lee schreef in 1947 samen met William Hanson een boek getiteld Protomorphology, Study of Cell Autoregulation , een onderzoek naar biologische groeifactoren en een overzicht van het verouderingsprobleem. Hij gaf ook morele en financiële steun aan organisaties als Natural Associates, American Academy of Applied Nutrition, National Health Federation en Health Publications, waarbij hij altijd een lans brak voor de vrijheid om te mogen kiezen voor ‘de natuurlijke weg’. 

Dr. Lee vocht tegen onwetendheid omtrent het verschil tussen natuurlijke en synthetische vitaminen. Hier is nog een verhelderende  uitspraak van hem over dit onderwerp. 

Ja, er is inderdaad een strijd gaande tussen degenen die vechten voor betere voeding en de voedselproducenten die erop staan producten ‘slechter te maken, zodat ze voor minder verkocht kunnen worden’, daarbij de competitie van meer oprechte en zichzelf respecterende fabrikanten die in zaken liever de Gouden Regel toepassen buiten spel zettend. De commerciële belangen vinden in deze de regering van de Verenigde Staten aan hun kant… (Washington Post, 26 oktober 1949). 

Het voormalig hoofd van de voedingsdivisie van de FDA, dr. Elmer M. Nelson, verklaarde samen met enkele andere ‘experts’ tien jaar geleden voor de rechtbank dat degeneratieziekten, infectieziekten en functiestoornissen onmogelijk veroorzaakt kunnen worden door gebrekkige voeding. Jarenlang heeft hij gestreden voor de belangen van fabrikanten die van levenskracht beroofd voedsel op de markt brengen en geprobeerd de publieke opinie te beïnvloeden (die in toenemende mate tegen het gebruik van witmeel, geraffineerde suiker, gepasteuriseerde melk en namaakboter is), door ijverig iedere maker van voedingssupplementen die gemaakt zijn om de nadelige gevolgen van het nuttigen van dergelijk voedsel op te vangen voor het gerecht te slepen, met het argument dat er niet zoiets bestaat als gebreksziekten. Dr. Wiley merkt in zijn boek The History of Crime Against the Pure Food Law (University of Michigan Press, 1930) terecht op dat ‘de makers van ongezond voedsel bezit hebben genomen van de naleving van de wetten op het gebied van de volksgezondheid en het effect van deze wetten hebben omgekeerd, zodat nu in plaats van de volksgezondheid de criminelen die ons voedsel verminken worden beschermd’. 

Dr. Weston Price was een andere invloedrijke pionier op het gebied van natuurlijke vitaminen. In de jaren dertig bestudeerde hij geïsoleerde dorpen in Zwitserland, Gaëlische gemeenschappen op de Buiten-Hebriden, Eskimo’s en indianen in Noord-Amerika, eilandbewoners van Melanesië en Polynesië, Afrikaanse stammen, Australische Aboriginals, Nieuw-Zeelandse Maori’s en indianen in Zuid- Amerika. Overal waar hij kwam, merkte dr. Price, destijds in de zestig, dat een stevig lichaam, weerstand tegen ziekten, een prachtig, regelmatig gebit dat vrij is van tandbederf en een mooi karakter typische kenmerken waren van mensen die natuurlijke 

 voeding gebruikten. 

Dr. Price merkte dat de inheemse voedingspatronen in vergelijking met westerse voeding ten minste vier keer zo veel in water oplosbare vitaminen, calcium en andere mineralen bevatten, en ten minste tien keer zo veel in vet oplosbare vitaminen. Bij inheemse volken die de voedingsgewoonten van de ‘geciviliseerde’ Westerlingen overnamen, nam dr. Price tekenen van fysieke degeneratie waar. Het belang van goede voeding voor zwangere vrouwen wordt reeds lang erkend, maar dr. Price ontdekte dat bij deze inheemse volken vóór de conceptie beide ouders een speciaal dieet gebruikten. Veel stammen kenden zelfs een speciaal dieet voorafgaand aan het huwelijk. Voor de geboorte van een kind werd zoveel ruimte gemaakt, dat de moeder de gelegenheid kreeg haar gezondheid en kracht volkomen terug te krijgen, zodat eventuele latere kinderen fysiek ook gezond zouden zijn. Speciaal voedsel rijk aan in vet oplosbare vitaminen A en D werd dikwijls gegeven aan zwangere en zogende vrouwen, en aan opgroeiende jongens en meisjes. 

De ontdekkingen en conclusie van dr. Price staan in zijn klassieke werk Nutrition and Physical Degeneration, in 1939 uitgegeven door de Price Pottinger Nutrition Foundation. Het boek bevat opvallend fotomateriaal van aantrekkelijke, gezonde mensen en laat ons de lichamelijke aftakeling zien die optreedt wanneer mensen de voedende, traditionele kost laten staan ten gunste van moderne kant-en- klaarmaaltijden. De foto’s van dr. Price laten verschillen zien in de gezichtsstructuur tussen degenen die inlandse voeding gebruiken en degenen van wie de ouders de ‘geciviliseerde’ voeding met verarmd en bewerkt voedsel hebben overgenomen. Deze inheemse volken met hun prachtige lichamen, hun homogene nageslacht, hun emotionele stabiliteit en hun vrijheid van degeneratieziekten vormen een schril contrast met degenen die in plaats daarvan het verarmde voedsel van de hedendaagse cultuur zijn gaan gebruiken (suiker, witmeel, gepasteuriseerde melk en kant-en-klaarmaaltijden met voedselverbeteraars en synthetische toevoegingen). 

De voorganger van de Amerikaanse Food and Drug Administration was het Bureau of Chemistry. Tot 1912 werd deze dienst geleid door dr. Harvey W. Wiley, een arts die probeerde het Amerikaanse volk te beschermen tegen chemische stoffen en toxische voedselbewerkingen. Dr. Wiley was het eerste hoofd van de FDA. In zijn boek The History of a Crime Against the Pure Food Law

 schreef hij: 

Geen enkel voedingsproduct in ons land zou enig spoor van benzoëzuur, sulfiet, aluin of sacharine mogen bevatten, uitgezonderd producten voor medische doeleinden. Geen enkele frisdrank zou cafeïne of theobromine mogen bevatten. Geen enkele gebleekte meelsoort zou de binnenlandse markt mogen bereiken. Ons voedsel en onze medicijnen zouden geheel en al vrij moeten zijn van iedere vorm van vervalsing of misleiding. Dan zou de gezondheid van ons volk enorm verbeteren en zouden mensen aanzienlijk langer leven. Degenen die ons voedsel produceren zouden zich inzetten voor de verbetering van de volksgezondheid en de verbreiding van geluk in ieder gezin door hele, ongebuilde meelsoorten en volwaardig voedsel te 

     produceren. 

Dr. Bernard Jensen, een arts en naturopaat uit Californië, was een andere pionier die het gebruik van volwaardige voeding en het vermijden van synthetische vitaminen en voedingsstoffen voorstond. Slechts weinigen kunnen hopen in hun leven ooit te bereiken wat hij met zijn werk internationaal aan invloed heeft gehad en wat hij voor miljoenen mensen heeft betekend. 

Dr. Jensen was bedreven in een scala aan holistische geneeswijzen, waaronder natuurlijke voeding, colontherapie, hydrotherapie, vasten, reflexologie, irisdiagnose, polariteit, klierevenwicht, homeopathie, kruiden, acupunctuur en craniotherapie (de wetenschap van structuur en gezondheid van het schedelbeen) . Dr. Jensen had kritiek op de tabaksindustrie en de voedingsmultinationals die indirect de aanklachten tegen Dr. Royal Lee steunden en in hun reclame verkeerde en schadelijke informatie naar voren brachten. 

Kun je je voorstellen dat de sigarettenreclames uit de jaren veertig en vijftig vertelden dat artsen de voordelen van het roken van Camels voor de spijsvertering benadrukten? In die tijd werden Coca-Cola en andere producten waarin geraffineerde suiker verwerkt was aangeprezen met domme argumenten als: ‘De wetenschap heeft ons laten zien dat [geraffineerde] suiker je kan helpen je eetlust en je gewicht onder controle te houden.’ Dit soort onthullingen zijn afkomstig uit Empty Harvest, een boek waarin dr. Jensen het gemis laat zien dat de mens heeft in zijn verbinding met de aarde. 

Dr. Kristine Nolfi genas zichzelf in het begin van de twintigste eeuw van borstkanker met behulp van rauwkost en volwaardige voeding. Dr. Nolfi stichtte Humlegaarden, een residentiële gezondheidskliniek in de buurt van Kopenhagen. In de jaren twintig begon ze aan haar levensopdracht: in Europa de boodschap van levende voeding en volwaardige voedingssupplementen verkondigen. Ze had een spectaculair niveau van gezondheid en concentratie, en ondanks veel tegenwerking van haar collega’s in de medische wereld slaagde ze erin zichzelf en haar kliniek tot de belangrijkste natuurkliniek van het begin van de twintigste eeuw te maken. Haar gebruik van gekiemd en rauw voedsel, een dieet dat ze aanduidde met ‘het levend-voedselprogramma’, heeft duizenden mensen in Europa geholpen om hun gezondheid en welzijn terug te krijgen, en heeft duizenden mensen die in de wereld op zoek zijn naar gezondheid nieuwe inspiratie gegeven. Nolfi’s wetenschappelijke manier van denken heeft haar geholpen een weg uit te stippelen voor beoefenaars van natuurlijke geneeswijzen met behulp van levend voedsel, zuiver water, frisse lucht en regelmatige lichaamsbeweging. 

Dr. Ann Wigmore heeft in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw een gezondheidscentrum opgezet in Massachusetts (dat later het Hippocrates Health Institute is geworden), nadat ze zichzelf met volwaardig voedsel en volwaardige voedingssupplementen van darmkanker had genezen. Haar methode richt zich op enzymrijke voeding door middel van onder andere tarwegras (wheatgrass) en andere gekiemde gewassen, samen met onbewerkte en onverhitte voedingsstoffen en supplementen. Ze geloofde dat voeding van natuurlijke oorsprong van 

wezenlijk belang was voor het immuunsysteem en voor de gezondheid van lichaam en geest. Dr. Wigmore was een van ’s werelds meest uitgesproken pleitbezorgers van zuivere supplementen. 

De bekende Deense genezeres Alma Nissen had reeds op jonge leeftijd te kampen met zware artritis. Ze genas zichzelf volkomen met natuurlijke voeding en een natuurlijke levenswijze. Nadat ze natuurgeneeskunde had gestudeerd, stichtte ze in de buurt van Stockholm de Brandal-gezondheidskliniek. Van overal ter wereld kwamen mensen naar haar kliniek, waar ziekten behandeld werden als artritis, astma, hart- en vaatziekten, huidziekten zoals eczeem en psoriasis, en auto-immuunziekten. Haar gebruikelijke protocol was volwaardig biologisch voedsel en volwaardige voedingssupplementen. De Zweedse regering voerde via het universiteitsziekenhuis van Linköping uitgebreide onderzoeken uit onder haar patiënten en ontdekte dat er sprake was van een afname van negentig procent van de genoemde ziekten wanneer de deelnemers zich strikt aan het dieet hielden. Alma Nissen, een pionier op het gebied van de voedingswetenschap, had het respect van de Scandinavische medische wereld. 

Vandaag de dag raden veel artsen en diëtisten het gebruik van werkelijk natuurlijke vitaminesupplementen afkomstig van zuivere voedselbronnen aan. Deze mannen en vrouwen houden de gewijde traditie hoog van zuivere, natuurlijke voeding, die altijd de weg is geweest die de mens tot voordeel heeft gestrekt. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *