Overname door de synthetische industrie

Overname door de synthetische industrie

Waarschijnlijk is het onvermijdelijk geweest dat de vitaminepreparaten zoals wij die nu kennen afkomstig zijn van de laboratoria van farmaceutische bedrijven. Het geloof in synthetische fabricage, dat zich in de eerste decennia van de twintigste eeuw heeft ontwikkeld, heeft het vertrouwen in ‘een beter leven dankzij chemie’ en de hoop dat de wetenschap de natuur kon verbeteren, gebruikt om een voedingsstof die dankzij zonneschijn is ontstaan te isoleren en na te maken. 

Vitamine C was om begrijpelijke redenen de eerste keus om kunstmatig in een laboratorium te fabriceren, want de voordelen van het eten van groenten en fruit waren reeds lang bekend. In 1933 slaagde een onderzoeker die werkte voor Hoffman-LaRoche (nu bekend als gewoon LaRoche) erin een synthetische vitamine C te maken door het isoleren van ascorbinezuur (vergelijkbaar met de buitenkant van een sinaasappelschil). Ascorbinezuur alleen mist alle cofactoren – in dit voorbeeld zitten die binnenin de sinaasappel – die ervoor zorgen dat de vitamine effectief is. De industriële chemici redeneerden echter dat ascorbinezuur de actieve ingrediënt was die een heilzame uitwerking had op het menselijk lichaam. Er was een nieuw ‘wondermiddel’ gevonden. 

De productie van synthetische vitaminen betekende het begin van een poging door de farmaceutische industrie om het valse idee te verspreiden dat essentiële voedingsstoffen uit planten in de natuur gehaald kunnen worden, om de gezondheid van het lichaam in stand houden en het te genezen. Vitamine C was de eerste van dertien vitaminen die uiteindelijk werden ontdekt en in farmaceutische laboratoria werden nagemaakt en daarna massaal geproduceerd. 

Als wij de korte geschiedenis van synthetische vitaminen nauwkeurig bestuderen, gaan we enkele patronen zien die duidelijk maken waarom meer dan 90 procent van de vitaminen die vandaag de dag worden verkocht synthetische ingrediënten bevat, 

 ondanks de toenemende twijfel aan hun effectiviteit. 

  1. De industriële fabricage van vitamine C. Tadeusz Reichstein (in 1950 winnaar van de Nobelprijs voor fysiologie en geneeskunde, voor zijn werk dat leidde tot het isoleren van cortison) biedt Roche een methode aan voor het aanmaken van vitamine C die geschikt is voor massaproductie. Roche brengt vitamine C op de markt om de winstgevendheid te testen en de verkopen nemen gestaag toe, wat bewees dat er een markt was voor synthetische vitamine C. Vanwege de toenemende verkopen vermoedde Roche dat vitamine C een commercieel succes zou worden en organiseerde snel de productie ervan op grote schaal. 
  2. Productie van vitamine C op grote schaal in het Roche-laboratorium in New Jersey. Hiermee is de productie van synthetische vitaminen een feit geworden. Op dat moment was Roche de enige grote fabrikant van vitaminen; er was nauwelijks sprake van serieuze concurrentie. Sommige artsen en andere medici verspreidden deze vitaminen en ze werden te koop aangeboden in apotheken. Later gingen reformhuizen, die zich in de jaren veertig en vijftig ontwikkelden, synthetische vitaminen en vitaminecomplexen aanbieden. 

In het begin maakten maar weinig mensen hiervan gebruik. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verrijkte de Amerikaanse regering de rantsoenen en het voedsel van de soldaten met synthetische vitaminen, wat bedrijven aanmoedigde om hun voedsel op een soortgelijke, synthetische manier te verrijken. Een brede distributie van vitaminen begon na de Tweede Wereldoorlog, toen reformhuizen en apotheken synthetische vitaminen gingen verkopen. Daardoor nam de populariteit ervan toe. Inmiddels was het grote publiek door de voorlichting van grote bedrijven overtuigd geraakt van de waarde van ‘verrijking’. Dit vergrootte de vraag naar zowel verrijkt voedsel als verrijkte voedingssupplementen. 

1938-1947. Industriële fabricage van vitamine A, vitamine B-complex, vitamine E en vitamine K. Vitaminen A, B1, B2, E en K1 kunnen nu commercieel geproduceerd worden. De internationale belangstelling voor deze producten neemt toe, want het Amerikaanse leger gebruikt ze gedurende de oorlog in de rantsoenen voor soldaten. 

1952. Vitamineproducten, waaronder supplementen afkomstig van synthetische vitamine-ingrediënten, worden gemeengoed. Meer mensen worden over vitaminen voorgelicht en ze worden betaalbaar. Veel bedrijven die gezondheidsproducten en geneesmiddelen verspreiden of produceren, beginnen synthetische grondstoffen voor vitaminen in te kopen en onder verschillende merknamen op de markt te brengen. Aldeze bedrijven ontvingen (en ontvangen nog steeds) hun aanvoer van synthetische grondstoffen voor vitaminen van slechts een of twee grote producenten. Af en toe kopen bedrijven hogere of lagere doseringen, afhankelijk van het beschikbare aanbod, maar het publiek wordt niet geïnformeerd over de verschillen. Naarmate supplementen ingeburgerd raken en meer verkocht worden, zakt de kostprijs, waardoor de verkoopprijs daalt en het dagelijks gebruik bij consumenten toeneemt. 

Ieder aspect van de vitaminehandel, van voedselverrijking en vitamineproductie tot marketing en etikettering, is door enkele tientallen chemische en farmaceutische bedrijven gebruikt om in deze branche een monopoliepositie te verwerven. Begint deze situatie niet een beetje op een samenzwering te lijken? Misschien. Het is echter beslist geen lichtvaardige aantijging. 

Het woord ‘samenzwering’ ter aanduiding van de synthetische-vitaminenindustrie is voor het eerst gebruikt in een persbericht van het Amerikaanse ministerie van justitie. Op 20 mei 1999 kondigde plaatsvervangend minister van justitie Joel Klein boetes ter waarde van bijna 1 miljard dollar af tegen een kartel van vitaminefabrikanten, een kartel dat volgens hem geleid werd door de farmaceutische reus Hoffman-LaRoche en enkele andere grote fabrikanten van medicijnen en chemische stoffen. Hij beschreef de bedrijfstak als volgt. 

Het vitaminekartel is de meest algemeen verspreide en schadelijke criminele samenzwering tegen de antitrustwetten die ooit is blootgelegd. Het criminele gedrag van deze bedrijven betekent een aanslag op de portemonnee van bijna iedere Amerikaanse consument, van iedereen die vitaminen heeft gebruikt, melk heeft gedronken of cornflakes heeft gegeten. Dit kartel is werkelijk zeer opzienbarend. Het heeft bijna tien jaar zijn gang kunnen gaan en een zeer geraffineerde en uitgebreide samenzwering op touw gezet om alle aspecten van de productie en verkoop naar zijn hand te zetten. Deze bedrijven hebben prijsafspraken gemaakt, omzetvolumes verdeeld, de markt opgesplitst en in de Verenigde Staten zelfs met het aanbod geknoeid om het kartel veilig te stellen. De samenzweerders hielden zelfs jaarlijks vergaderingen om de prijzen vast te stellen en de wereldmarkt onderling te verdelen, en ze evalueerden de situatie om er zeker van te zijn dat iedereen meeging in hun illegale plannen. De enorme inspanning die de instandhouding van deze samenzwering heeft gevergd, weerspiegelt de omvang van de illegale opbrengsten die werden verkregen, evenals de schade die is toegebracht aan de Amerikaanse economie. 

Zoals we in het volgende hoofdstuk zullen zien, werken voedsel- en vitaminefabrikanten ook samen om ‘meer chemische toevoegingen’ en de boodschap ‘verrijkt is beter’ te promoten, terwijl wij inmiddels weten dat het menselijk lichaam niet gemaakt is om synthetische substanties te verwerken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *